dinsdag 13 december 2016

Save the ducks!

Alles wat ik denk mooi, lief en schattig te vinden, blijkt in Nieuw-Zeeland een plaag te zijn. Zo heb ik afgelopen weken half vergane egels uit vallen geschraapt, twee kittens de keel doorgesneden, een poging gedaan om possums dood te rijden en geholpen bij de jacht op geiten en wilde schapen. Bijna alles wat geen vogel, insect, reptiel of vis is, hoort niet in Nieuw-Zeeland thuis. In het gebied waar ik zat, zijn veel kiwi vogels en de nog zeldzamere Blue Duck, of Whio. Om deze soorten in stand te houden worden er enorm veel vallen utgezet, ik geloof wel 800 in het gebied waar ik was, om dieren te vangen die de eieren of jonkies van de native vogels opeten. De schapen en geiten tasten vooral de flora aan en zijn iets minder een plaag. De jacht op de geiten is vooral een bron van inkomsten geloof ik. De dood en het doden van dieren is zo’n normaal onderdeel van het leven hier. Bijna alles wordt hergebruikt of opgegeten.

Hoe kwam ik op Blue Duck Station terecht? Afgelopen zomer toen ik nog 24 uur per dag internetbereik had en er verder niet heel veel spannende dingen te doen waren, was ik op internet aan het browsen naar dingen die ik kon gaan doen in Nieuw Zeeland. Een van die dingen die ik graag wil doen is lange tochten te paard maken. Zo kwam ik op de website van Blue Duck Station terecht terecht. En op de website stonden veel meer interessante dingen die daar gebeuren: kayakken, jagen, duurzame samenleving creeeren, conservation werk etc. Superleuk. Dus ik had een mailtje gestuurd en ik kon in november langs komen.

Na twee weken vallen legen, schapen vangen, geiten in stukken hakken voor hondenvoer, blue ducks tellen etc. is het tijd om weer verder naar het zuiden te gaan. Voornamelijk omdat ik naast alle toffe dingen ook elke dag de toeristenlodges moest schoonmaken, absoluut iets waar ik ongelukkig van word. Hopelijk na het hoogseizoen is dat iets minder ter sprake, dus wie weet ga ik er volgende keer wat langer helpen!

Samen met collega Antonio heb ik ter afsluiting nog the Tongariro Alpine Crossing gedaan, deze 20 km lange tocht was daar in de buurt. Een prachtige hike langs Mount Doom (Lord of the Rings naam, in het echt heet deze levende vulkaan Mount Ngauruhoe) door een Marslandschap met rookpluimen en surreeele kleuren.

Nu op naar Wellington, de hoofdstad van Nieuw-Zeeland en bijna het zuidelijkste punt van het noordereiland!












vrijdag 2 december 2016

Great Walks, diabetes en zere knieën

In Nieuw Zeeland is er natuurlijk super veel mooie natuur om door te wandelen. Overal waar ik kom, is de natuur prachtig, de paden zijn goed aangegeven en goed onderhouden en er zijn weinig andere mensen. Een uitzondering op dit laatste zijn de zogenaamde Great Walks. Negen wandelingen verspreid over Nieuw Zeeland, veelal meerdaagse tochten, die een beetje de you-gotta-catch-m-all effect hebben op mensen. Niemand die ik gesproken heb, weet eigenlijk waarom deze negen nou de Great Walks heten, want zoals ik al eerder aangaf, zijn alle walks great hier. Zelf dacht ik dat deze negen een diverse weergave zijn van de natuur van Nieuw Zeeland, goed bereikbaar en misschien ook nog iets commercieels, want je kunt (moet) op al deze wandelingen overnachten in hutten en campings van de Department of Conservation.

Anyway ik had geen plannen om ze allemaal te doen, om eerlijk te zijn had ik de meeste niet eens opgezocht. Maar toen vroeg Pererika of ik mee wilde helpen op een trek rondom Lake Waikaremoana, dit blijkt ook een van de Great Walks te zijn. Pererika woont in Rotorua en via Couchsurfing kwam ik bij hem terecht. We hebben heel veel toffe dingen gedaan, hij is ondere andere kanoër, heeft een Triumph, was environment policy advisor en is tourguide in de Maori dorpen. En hij is dus ook tourguide voor Walking Legends. Met twee gidsen lopen deelnemers de wandeling. Totaal zijn dit ongeveer 7 mensen, ze betalen het bedrijf oa om hun bagage te vervoeren, maaltijden te bereiden, meer info te vertellen over het gebied, drie overnachtingen, vervoer van en naar het natuurgebied en al het eten. En dat kost ze dan zo’n 900 euro p.p. Als trainee mocht ik gelukkig gratis mee.

Daarvoor moest ik wel wat helpen. Eerst de boodschappen doen. Alles wat ik tot dan toe had laten liggen in de supermarkt omdat het te duur was, belandde nu in het karretje: Nieuw Zeelandse kazen, wijnen, koekjes, cake, sausjes etc. Verder moesten we de bagage voorbereiden, want de meeste deelnemers hadden geen rugzak, slaapzak e.d. dus die lenen ze van het bedrijf. De dag na de boodschappen pikken we de deelnemers vroeg op. Gemiddelde leeftijd is 60, een stuk daarboven als je de 30-jarige Rus niet meerekent. Een koppel, twee vriendinnen en drie mannen die hun vrouw graag thuis laten. Als gids luister je vooral naar verhalen over thuis, zere knieën en stijve spieren, geef je advies over wel of geen wandelstokken en hoe lang nog tot de volgende pauze.

Verder hielp ik Pererika om de tassen per boot van hut naar hut te vervoeren. De deelnemers wandelen ondertussen een paar uur over vlak terrein. Alleen de laatste dag is het een paar uur heuvel op en moeten de gasten hun eigen spullen tillen, voor 1 nacht. De gidsen tillen al het eten.

Dag 1 zat ik de hele dag op de boot. Dag 2 had ik halverwege de dag genoeg over zere knieën, diabetes en migraine gehoord en was ik ook het langzame tempo zat. Dus heb ik de rest van de tocht hardgelopen om bij de hut aan het meer een biertje te drinken. De laatste dag heb ik meegeholpen het eten naar de hut op de berg te tillen. Daarna heb ik gelijk dag 4 erbij gelopen en de gasten achtergelaten om met Pererika en zijn vrienden biertjes te drinken op een veranda van een echt huis. Paula, de andere gids, mocht nu bij de gasten blijven en voor ze koken. Hard werken, dat gidsen. Gelukkig waren de mensen ook nog blij met mij en ik ben gevraagd of ik ook met oud en nieuw mee wil helpen. Wie weet!

Inmiddels ben ik in de Whanganui vallei, Whakahoro, population: 8. Dat zijn mensen, daarnaast zijn er veel schapen, koeien, paarden en geiten. De laatste worden afgeschoten ter behoud van de kiwi en blue duck (beide vogels). Maar hierover meer in een later verhaal.





zondag 20 november 2016

Rotorua - de andere kant van het verhaal

Hallo lieve allemaal,

Het gaat goed hier. Het is een supermooi land, overal zie ik toffe vogels, hoor ik ze nieuwe liedjes zingen en zie ik interessante planten. De mensen (kiwi's en andere reizigers) zijn aardig en open. De Maori cultuur is megainteressant. De wegen zijn rustig en slingeren mooi door bergen en heuvels. Zelfs de kleuren lijken hier intenser, maar dat kan ook aan mijn nieuwe zonnebril liggen.

Dit zou een korte post worden, als ik een paar mensen niet beloofd had om ook de minmomentjes delen.

Een paar lows van afgelopen dagen. Ik werd helemaal gek van de slechte en verlaten grindwegen in Coromandel. Stenen die tegen mijn auto knallen, diep water waar ik met moeite door heen kwam, en telkens het gevoel dat er een wiel van de auto ging breken. Bovendien schoot het voor geen meter op en toen ik dan helemaal op het noordpuntje stond, regende en waaide het en was er alleen wildernis. Mooi hoor, maar behalve het grindpad, kon ik nergens een wandelingetje maken en moest ik weer uren over dezelfde weg terughobbelen. Het is prachtig daar, dus dat maakte het allemaal goed.

Nog een low: op een verlaten parkeerplaats aan de verlaten grindweg had ik opeens telefoonbereik. Dus had ik de motor even afgezet om wat berichtjes te sturen. Na 5 minuten begin de Toyota heftig te piepen en voordat ik doorhad waarom, viel de radio uit. Zodoende kwam ik erachter dat de accu het niet erg lang volhoudt met de radio aan en een telefoon in de oplader. En de koplampen aan laten staan is natuurlijk altijd erg dom. Gelukkig stond er een stukje verderop een camper met een lieve meneer en mevrouw erin die ook nog eens startkabels meehadden. Luck on my side, maar ik besefte mij wel hoe erg je ergens kan stranden als je auto het begeeft. En ik was er juist zo trots op dat ik nog net de tank had volgegooid voordat ik het afgelegen gebied in ging.

Verder nog een baalmoment: ik ben hier voor de wildernis en daar wil ik ook graag slapen. Alleen is de wildernis hier echt wild. Het bos is zo dichtbegroeid dat ik daar echt geen tent op kan zetten en op de open plekken is het zo duidelijk aangegeven dat wild kamperen niet getolereerd wordt, dat mij dat eerst nog even afschrikt. Daarom sta ik op de campings van de Department of Conservation, maar dat is natuurlijk niet zo wild. Bovendien was de laatste camping meer een opslagplaats voor alle soorten campervans waar iedereen lekker savonds in ging zitten. Als er dan mensen zijn, laat mij dan in ieder geval contact met ze hebben.

Gelukkig heb ik erg geluk met mijn logeeraddressen (tot nu toe heb ik die via Couchsurfing geregeld). Zo heb ik afgelopen dagen in Rotorua doorgebracht met een Maoriman. Wat een hoop interessante verhalen heb ik gehoord! Toevallig is hij ook een bergwandelgids en gaan we aankomende dagen een van de Great Walks lopen: Lake Waikaremoana.

TBC

PS meer foto's op www.instagram.com/yanikesophie






dinsdag 15 november 2016

Auckland - een nieuw leven beginnen

Auckland, 15 November

Lieve vrienden en familie,

Na de aardbeving van vorige week kreeg ik veel berichtjes van jullie of alles hier okee was, en daarbij natuurlijk de vraag hoe het verder ging.

Ik moet eerlijk bekennen dat ik het nog niet zag zitten om een blog te schrijven. Voor mijn gevoel maak ik niets bijzonders mee en ik hanteer graag het geen-nieuws-goed-nieuws principe. Verder vraagt iedereen mij net iets andere onderwerpen toe te lichten: ik krijg vragen over Nieuw-Zeelandse mannen, outdoor activiteiten, milieuproblemen, cuisine, appelcider etc. Dat zou wel een heel willekeurig blog artikel worden. Daarom begin ik met een algemeen bericht, maar als jullie iets toegelicht willen hebben, kan ik daarover in een apart bericht schrijven!

Ten eerste is alles okee hier na de aardbeving. Deze vond plaats op het zuidereiland, en hoewel een aantal mensen in auckland aangaven het wel gevoeld te hebben, sliep ik rond 2.00 ‘s nachts gewoon er doorheen. Helaas is er wel een hoop kapot gegaan in het zuidoosten van het noordereiland en noordoosten van het zuidereiland. Veel wegen zijn aankomende weken gesloten.

Ik heb afgelopen dagen in Auckland vooral administratieve zaken geregeld. Eigenlijk was het maar een ochtendje werk, maar er zitten hier zoveel leuke koffiezaakjes dat na elk geregeld dingetje er eerst koffie gedronken moest worden: simkaart werkt, koffie. Bankaccount geopend: lunch. Tax-nummer aangevraagd: koffie. Met daarnaast nog de jetlag, hardlooprondjes door de vele parken en leuke mensen in het hostel waren de eerst dagen snel voorbij.

In het weekend was ik langs een aantal particuliere autoverkopers en twee carmarkets gegaan. Met mijn 30 kg bagage en de lijst van onbewoonde plekken die ik wil bezoeken werd het bezitten van een auto een must. Ik heb proefritjes gemaakt in een Van, een BMW M, 4WD, gezinswagen en een stationwagen. Maar de keuze is toch gevallen op een paars bejaarden voertuig: de Toyota Raum 1999, inclusief, zoals op de website staat, een hoge instap en extra beenruimte. En had ik al gezegd dat de auto paars is? Ik moest geld overmaken, gewoon via de bank-app en, niet verplicht hier maar fijn voor mijn gemoedstoestand, een belletje om een WA-verzekering af te sluiten en ik ben de eigenaar van een auto!

Ik kwam er al snel achter dat dat niet het handigste voertuig is in Auckland. Parkeerruimte is echt schaars en er staat slecht aangegeven wat wel en niet mag. Zo kwam ik er op maandagochtend achter dat in Auckland ook op zondagnacht autos worden weggesleept als je ze verkeerd parkeert. Dus ik was nog geen 24 uur in bezit van een auto toen ik de hoogste boete ooit moeten betalen voordat ik deze weer uit een depot mocht ophalen.

Nu lijkt het erop dat ik alles geregeld heb en kan ik onderweg! Mijn eerste stop wordt kamperen op de Coromandel peninsula.

TBC

.Wat zaken die ik verder heb opgemerkt:
. Er is zoveel Aziatisch eten, yumyum
. Weinig vis hier op de menukaart, iets met plasticvervuiling in zee
. 6 biologische eieren kosten 9 euro, en de reguliere kippenindustrie schijnt er een met veel hormonen te zijn
. Yoepie een heel supermarktschap vol met (appel) cider!

Liefs,
Yanike

PS ik zal wat foto's plaatsen op www.instagram.com/yanikesophie








zaterdag 26 september 2009

Autistisch gedrag en eenzame feestjes

Ik kwam vorige week terug uit Frankrijk. En werd begroet met een krappe, benauwde kamer, een overvolle inbox met: ‘doe dit, reageer hierop, doe dat, reageer daarop, laat eens wat van je horen, ga je mee dit doen, ga je mee dat doen’. Deze informatie nog half verwerkend, rende ik naar de grachten om met bierflesjes in mijn hand AEGEE te vertegenwoordigen op een rondvaartboot. Al hossend en half bezopen terug op mijn kamer. O, in mijn inbox: nog meer gezeur aan mijn kop en voor wie e-mailen niet kent (familie) gemiste oproepen en sms’jes. Ik heb hier en daar een berichtje met een vage belofte teruggestuurd. Om de volgende ochtend alweer op het Neude verschijnen om nog meer AEGEE te vertegenwoordigen. Blijven glimlachen en kindjes die kijken of ze de hele wereld aankunnen aangesproken: “of ze geen interesse hadden in reizen en AEGEE?”. Ondertussen had ik ergens beloofd naar mijn broertjes verjaardag te komen en een dagje op de camping te blijven (Zuidlaren). Dus in mijn AEGEE tenue de stad letterlijk doorgerend om cadeautjes te zoeken, foto's te maken van potentiële aegee'ers, lieve vriendinnetjes in de armen vallen die ik zo graag wilde spreken, maar met de chaos in mijn hoofd ik niet veel meer kon bedenken dan: ‘hoooi..’.
Om half 4 kwam ik thuis met een verhit hoofd en om half 4 werd ik opgehaald door mijn tantes. Alles wat in bereik lag heb ik in mijn backpack geveegd, wat er niet in paste in mijn handtas.

In de twee uur dat de autorit naar Zuidlaren duurde, kon ik alles eens overdenken.
Dit was niet de bedoeling. Colleges nog niet begonnen, geen werk en geen kinderen, en toch al het gevoel dat ik lichtelijk overspannen ben en mensen tekort doe om mij heen.
Daar moest verandering in komen. Ik had nog drie interraildagen over en trok de lijn, die ik dat moment naar het noorden aan het volgen was, door naar Denemarken. 2 Daagjes met mijn lieve broer op de camping gestaan en toen donderdagochtend vroeg vertrokken met de trein naar het noorden. Geen plan, alleen een einddatum: zondag, en een hoop boeken, muziek en mijn gedachten.

In de trein kwam ik al snel meer interrailers tegen die het nodig vonden om te socializen. Ik vond dat niet nodig. Dus als een soort autistische zombie zette ik muziek op en bleef hardnekkig uit het raam staren: alle blikken om mij heen die smachtten om een praatje, negerend.Op een gegeven moment zat ik 8 uur in de trein, begon de zon door te komen en stopte de trein. En ik dacht: hier stap ik uit.
En dat deed ik dus.

Op het station, of laat ik het ‘een stop in het weiland’ noemen, kwam ik erachter dat ik geen Deens sprak, geen idee had of er campings waren hier en dat ik geen Kroon op zak had.
Maar gelukkig heeft de mens een aangeboren kudde-eigenschap. Dus ik ben achter 2 andere backpackers aangesjokt, de bus in gestapt en op een gegeven moment bij een prachtige camping aan zee weer uitgestapt.
De twee backpackers bleken een klef stelletje te zijn, door de pijnlijke confrontatie met wat ik was en niet meer ben, straalde ik waarschijnlijk een nog autistischer persoonlijkheid uit, dus zij zetten hun tent op aan de andere kant van de camping en ik heb ze niet weer gezien.

Ik stond dus alleen op mijn veldje, inclusief picknicktafel en uitzicht op zee. Al zingend begon ik mijn tent op te zetten, toen mijn innerlijke rust alweer werd verstoord door een roodverbrande Deen met stekeltjes in een te strak fietspakje. Ik paste mijn ‘ik ben sociaal-niet-in-orde-strategie’ weer toe en begon al neuriënd heel hard de andere kant op te kijken. Maar mijn nieuwsgierigheid kon ik ook niet bedwingen, dus wierp ik terloopse blikken naar zijn kant. Hij was een jaar of 25, had voortdurend een vriendelijke grijns op zijn gezicht en was ontzettend klungelig zijn tentje aan het opzetten. Okee, ik gaf mijn sociale stoornis hierbij op, want klungelige mensen kon ik nog net wel uitstaan in deze dagen om tot mijzelf te komen.

Kenneth heet hij. Werkloos, net afgestudeerd in ontwikkelingsstudies en vrijwilligerswerk gedaan in Afrika. Om niet in een depressie te komen heeft hij zichzelf doelen gesteld, waarvan er één was om in zijn eentje een rondje Denemarken te fietsen.
Mijn vertrouwen in de mensheid steeg weer een stapje.
Hij ging douchen, ik ging nog even een stuk langs de kust lopen. Daar kwam ik langs een LIDL en dacht: laat ik dit succes, mijn aankomst in een nieuw land, gaan vieren. Dus chips en wijn gekocht. Ik houd van feestjes waarbij ik de gastvrouw en tevens enige gast ben.

Toen ik terugkwam werd mijn heugelijke vooruitzicht op mijn eenzame feestje verkracht door de Deen die nog steeds om zijn tent zat te drentelen.
Nee hè. Moet ik beleefd vragen of hij ook een wijntje wil. Dus ben ik in mijn tent gekropen om wijn in mijn ondoorzichtige thermosbeker te gieten en heb daar de rest van de avond uit gedronken.
Ik begon met koken. Ik had rijst en sperziebonen voor drie dagen. Nu zag ik de Deen worteltjes eten en blikken op mij werpen. Heb je al gegeten zei ik. Nee. Ga je dat nog doen zei ik. Nee. Ik heb niets. En hier ontbrande mijn gevoel dat ik iets terug kon doen voor alle mensen die zo goed voor mij zijn geweest. “Eet met mij mee!” Ik heb genoeg! En geweldig hoe blij hij was met kale rijst en sperziebonen. Uiteindelijk was t zo’n toffe peer (of had ik al zoveel wijn op) dat ik hem ook de fles aanbood.

De volgende ochtend werd ik wakker en zag de Deen met een andere man aan onze picknicktafel zitten. Deze man had donkere, ondeugende ogen, een verwarde bos zwart haar en kwam uit een Noors jaren ‘70 kampeerbusje. Ook alleen op reis. Als dank voor het karige maal de avond tevoren had de Deen warme broodjes van de bakker en sinasappelsap voor mij gekocht.
Weer steeg mijn vertrouwen in de mens als ras.

De man met verward haar bleek een geëmigreerde Engelsman te zijn. Hij vroeg of ik naar Kopenhagen wilde. Ik had niets bedacht, dus dat wilde ik wel. Zo zat ik een half uur later bij deze Noorse Engelsman, die mentaal net zo verward is als zijn haar, in de auto op weg naar Kopenhagen. 5 keer fout gereden, een club rennende mannen in rood T-shirt gevolgd omdat hij wilde weten waarom ze renden, gestopt bij een suffe toren die hij op de foto wilde zetten en veel interessante gesprekken later, moesten we afscheid nemen. Philip en ik houden contact.
Kopenhagen is een stad als alle andere. Een hoofdstraat met alle toeristen, een alternatief centrum met alle alternatievelingen, een woonwijk met inwoners, en een sociale sfeer waar ik zowel van houd als ik juist probeer te ontvluchten.

Terug met de trein naar de camping en de volgende dag naar de andere kant van Denemarken. Met een veerpondje naar Fanø. Een soort Terschelling, met nog meer Duitsers. Hier geen last van mensen die met mij willen praten. En heerlijk tot mezelf gekomen, paar boeken uitgelezen en de resterende rijst opgegeten.

De volgende dag vroeg weg om op mijn laatste dag van het interrailen nog thuis te komen. Alle stoptreinen, de nodige vertraging, jankende kinderen, telefonerende mensen en zeurende pubers overleefd en zo stond ik 10 uur later weer in Zuidhorn op het perron en werd door mijn geweldige tante opgehaald, want om die laatste 10 minuten nog te gaan liften zag ik echt niet meer zitten.
Uitzicht over zee
De club rode mannen

Fano